4 hertenbiefstukjes • 2 sjalotjes • 1 blokje vleesbouillon (opgelost in 2 dl water) • 4 dl rode wijn • enkele takjes tijm • 1 blaadje laurier • 75 g Uncle Ben’s® 10 min. Rijst • ½ l halfvolle melk • 1 pakje vanillesuiker • 200 g kristalsuiker • 200 g boter • 300 g bloem • 1 appel • 2 kweeperen (of gewone peren) • 1 bokaaltje veenbessenconfituur • 2 eetl. bruine suiker
Kook de rijst gaar in de melk, samen met de vanillesuiker en een snuifje zout. Roer er tegen het einde van de gaartijd 50 g kristalsuiker bij. Goed blijven roeren. Zet apart. Schil de appel en de kweeperen, verwijder het klokhuis en snij ze in blokjes van 2 cm. Roer er de veenbessenconfituur en 2 eetl. bruine suiker onder. Maak crumbledeeg door de bloem, de overige kristalsuiker en de boter te kneden tot een korrelige massa. Beboter 4 vuurvaste schaaltjes (of 1 grote) en schep er een laagje van de fruitmengeling in. Schep er dan een groter laagje rijst op en dan weer een laagje fruit. Kruimel er het crumbledeeg over en zet ze in een voorverwarmde oven tot het deeg goudbruin gebakken is, ongeveer 30 min. Bak ondertussen de hertenbiefstukjes bruin aan beide kanten en kruid met peper en zout. Hou ze warm. Bak nu de fijngesneden sjalotjes samen met de laurier en de tijm even aan in dezelfde pan. Blus met de bouillon en de rode wijn en laat 15 min. inkoken. Kruid de saus en dik ze eventueel verder in met bruine sausbinder of maïzena. Verwijder de laurier en tijm. Serveer de hertenbiefstukjes met de saus er rond en de rijstcrumble ernaast op het bord. Werk af met wat veenbessenconfituur en een takje tijm.